Lady.bet: Hottest Online Casino Bonuses, No Deposit and Free Spins

homepage

nieuw werk

vroeger werk

contact en verkoop

stimulator van fantasieën

Frank Eerhart, december 2019

Pieter Alewijns wordt in 1954 geboren in Eindhoven en volgt van 1972 tot 1977 de opleiding Vrije Grafiek aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Bosch. Zijn grafische werk getuigt van een grote interesse in de etstechniek. Hij wordt daarbij geïnspireerd door oude 19e eeuwse prenten, die in collages en door hem gekozen kleuren typische Alewijns prenten worden. Er blijkt een voorkeur uit voor een romantisch, arcadisch verleden, waardoor hij zich lijkt te vervreemden van zijn eigen tijd, alsof hij in de verkeerde eeuw geboren is. Die hang naar romantiek maakt hij zichtbaar door zijn mensfiguren in zijn prenten te omringen met planten en dieren, bij voorkeur vogels. Die vervreemding van de eigen tijd wordt nog versterkt in prenten waarin hij zijn eigen mythische wezens en chimaera’s heeft samengesteld, zoals de Sirene, de vrouwvogel, de harpij, of de faun, de mensgeit, of de centaur, het manpaard. Die “dubbelwezens” ontstaan door assemblages, door combinaties van onderdelen uit oude prenten die in zijn collages tot mythische figuren worden. Daarbij gebruikt hij in zijn prenten soms citaten van beroemde dichters en schrijvers, geschreven in een klassiek handschrift dat eruit ziet alsof het met de ganzenveer geschreven is en daardoor de sfeer van de 19e eeuw nog nadrukkelijker doet uitkomen.In zijn recente werk heeft Pieter Alewijns zijn tweedimensionale fantasieën vertaald in driedimensionale beelden. Opnieuw zijn het assemblages, samengesteld uit de meest merkwaardige ruimtelijke objecten. Het zijn beelden met hoofden, koppen en gebruiksvoorwerpen uit verschillende tijden, waarbij het menselijk of dierlijk lichaam is uitgegroeid, is geworden tot een totaal ander, hybride wezen.

Soms ook vérworden, omdat lang niet alle beelden vriendelijk overkomen, sommige getuigen van enige kwaadaardigheid. Er zijn nieuwe mythische figuren, zoals het heiligenbeeld met schapenkop dat verwijst naar een gipsen Christus die nu werkelijk Lam Gods geworden is. Er zijn faunachtige figuren met gulzige blikken die ontsnapt lijken uit een alternatieve Efteling. Ook die nieuwe beelden van Pieter Alewijns lijken zich te onttrekken aan de tijd waarin ze zich presenteren. Beelden van zeerovers, van sprookjesfiguren die ooit gewoond kunnen hebben in het huis van de gebroeders Grimm en die zich in hun merkwaardige staat van zijn, thuis voelen bij de romantiek van de prenten. Zijn het voorboden van waartoe de mens met de moderne medische technieken in staat is? De berenklauw als prothese, omdat we ons daarmee beter kunnen verdedigen? Het gewei naast onze oren, dat ons beschermt tegen lawinegevaar bij hevige sneeuwval. Niet langer slechts fantasiefiguren die in lawaaierige games de meest gruwelijke, gewelddadige acties verrichten. Creëren we in de nabije toekomst mensen met vissenstaarten die daarmee een alsmaar stijgende zeespiegel kunnen overleven? De kunstenaar als de ziener, als de onbegrepene die het gelijk aan zijn kant kreeg? Pieter Alewijns, een kunstenaar, als stimulator van onze fantasieën.